De poëtische beelden van Griet Herssens

Hoewel ze nog jong is, is Griet Herssens toch al een ancien bij de Zomeracademie. Ze volgde reeds vier ateliers, waarin ze haar eigen beeldend werk verder ontwikkelde. Op vraag van Dharts stelt Griet de komende zomermaanden haar beeldend werk tentoon in Destelheide. Het uitgangspunt van deze expo is videomateriaal van bewegingsimprovisaties die als basis dienden voor genaaide tekeningen op vilt. Heel bijzonder, heel fragiel én met een oorsprong in de werklokalen van Destelheide.

Waar ben je allemaal mee bezig, Griet?

Griet Herssens: “Naast mijn deeltijdse job als kunsteducatieve projectbegeleider bij De Veerman, heb ik ook mijn eigen atelier. Ik ontwerp geregeld kostuums voor theater, vooral in opdracht van jonge gezelschappen. Daarnaast ben ik ook bezig met hedendaagse dans, maar niet op een professioneel niveau. De taal van dans en wat je kan vertellen met een lichaam, fascineert mij enorm. Ik ben vooral met improvisatie bezig, niet met de techniek. Ik ben misschien wat te eigenwijs om choreografieën aan te leren (lacht).”

In je eigen beeldend werk, dat te zien zal zijn in de tentoonstelling in Destelheide, vertrek je ook vanuit dans.

“De genaaide tekeningen die op de expo getoond zullen worden, zijn inderdaad meestal gebaseerd op stills uit een dansimprovisatie die ik zelf gedanst en gefilmd heb. Ik vertrek ook vaak van bestaande foto’s van huizen die ik dan combineer met een lichaam. Op de tentoonstelling zal er ook 3D-werk in vilt te zien zijn. Ik gebruik bijna altijd textiel in mijn eigen werk. Dat ligt heel dicht bij de huid. Zelf ben ik ook heel tactiel ingesteld en raak ik de dingen graag aan. Mijn werk is enerzijds heel gestileerd, maar anderzijds ook ruw. Die balans tussen donker en licht, of tussen vreugde en verdriet zoek ik steeds op. Zo is het leven immers ook. Je bent droevig om dezelfde dingen die je blij maken.”

“De techniek om tekeningen te stikken heb ik voor het eerst ontdekt op de Zomeracademie, tijdens het atelier “beeld en beeldtaal” van Beatrijs Lauwaert. Er ging toen écht een wereld voor mij open en ik herinner mij dat ik van dat besef behoorlijk aangedaan was. Dat is ondertussen al twee jaar geleden, maar er is iets in mij losgekomen waarvan ik wist dat het niet meer te stoppen zou zijn. Ergens vond ik dat wel beangstigend. Ik dacht: ‘Oei, wat als ik nu een kunstenaar aan het worden ben?’ (lacht).”

Was je als klein meisje al gefascineerd door stoffen?

“Pas op het einde van het middelbaar onderwijs ben ik beginnen werken met textiel. Ik herinner me wel dat ik als kind de hele tijd dingen aan het creëren was en eigen uitvindingen verzon. Ik maakte voornamelijk kleren voor

mijn poppen, denk ik. Nadien heb ik lange tijd vooral geprutst, gezocht en geëxperimenteerd. Ik ontwierp eigenlijk al kostuums terwijl ik nog niet eens deftig kon naaien. Veel heb ik te danken aan mijn overgrootmoeder, die ook textielontwerpster was. Zij heeft mij leren borduren. Van haar heb ik veel materiaal geërfd.”

“Misschien komt mijn fascinatie voor oude media en dia’s ook van haar. Ik vind het superinteressant om te werken met archiefmateriaal en oude foto’s. Op de Zomeracademie weten ze ondertussen al dat ik fan ben van oude dingen met een geschiedenis. Zo hou ik ook heel erg van vervallen gebouwen of van behang dat al half afgescheurd is en waar je de laagjes kan zien zitten.”

Was dat ook je focus in het atelier Mediakunst dat je al twee keer volgde tijdens de Zomeracademie?

“Het opzet bij Mediakunst was om te werken rond persoonlijke geschiedenis. Bij mij was dat nogal expliciet, omdat ik werkte rond mijn grootmoeder die ik nooit gekend heb. Vooraf had ik via mijn vader al research rond haar gedaan. Ik vind het wel interessant om te werken rond een puzzelstukje van mezelf dat ik eigenlijk nooit gekend heb. Ik heb een foto van mijn grootmoeder gebruikt, waarna ik in dezelfde houding als haar ben gaan zitten, maar af en toe bewoog. Dat werd dan gefilmd en over de foto geprojecteerd, zodat beide beelden zich vermengden. Dit werk zal trouwens ook op de tentoonstelling te zien zijn. Bij Mediakunst kregen we altijd eerst een opstart van Marieke Rodenburg en Clara Bausch, wat ook nodig is wanneer je bijvoorbeeld met oude Super 8-camera’s wil werken.

"In het atelier Kostuumontwerp liet Anita Evenepoel ons meteen aan de slag gaan. Ze had allerlei vreemde materialen uit de bouwsector bij. Anita begeleidde ons wel, maar liet ons zoveel mogelijk experimenteren. Voor mij is de Zomeracademie een grote speeltuin waarin ik mijn eigen traject kan afleggen en langzaam aan mijn eigen oeuvre kan werken. Ik hou er niet zo van wanneer opdrachten te afgelijnd zijn.”

“Het is fantastisch om tijdens de Zomeracademie je eigen zoektocht te bepalen en een hele week te kunnen focussen op het creëren. Je moet aan niets anders denken dan je eigen werk. In het echte leven is zoiets niet haalbaar. Dan zit je daar in je atelier, en moet je ook nog de afwas doen of papieren regelen. Ik zit tijdens zo’n week op de Zomeracademie echt in een trip. Mijn gedrevenheid om te creëren stopt nooit. Vorig jaar zat ik tijdens Mediakunst soms nog tot één uur ’s nachts te monteren.”

Heb je dan veel contact met mensen uit de andere ateliers?

“Ik ben een redelijk sociaal beest, maar tijdens de Zomeracademie word ik soms een beetje een egotripper. Ik zit dan zo in mijn eigen wereldje. Het wordt echt een trip, waardoor ik nooit echt veel met mensen uit andere ateliers heb samengewerkt. Maar het is niet dat ik daar met niemand praat, hé (lacht). Iedereen die daar rondloopt is artistiek bezig – er zitten mensen te mijmeren of muziek te schrijven, maar je ziet ook overal mensen zingen of dansen –, en die energie vind ik heel aangenaam om mee te maken.”

Welk atelier ga je dit jaar volgen?

“Deze zomer ga ik het Klankatelier volgen. Ik wil mezelf wel eens uitdagen, en vind het spannend om eens niet met iets tastbaars of beeldend bezig te zijn. Misschien kan ik binnenkort bij mijn eigen voorstellingen die ik tijdens m’n opleiding kostuumontwerp heb gemaakt, ook soundscapes maken.”

Je gaat deze zomer dan wel de hele tijd naar je eigen werk tegen de muur moeten kijken.

“Dat ga ik inderdaad wel moeilijk vinden, denk ik. Mijn werk is superpersoonlijk. Het ziet er niet alleen fragiel uit, het is ook echt fragiel. Ik vind het wel raar dat ik ergens een week ben, en niet ga kunnen weglopen van mijn eigen werk. Misschien ga ik het hoofdgebouw wel mijden (lacht). Enerzijds is dat een beetje griezelig, maar anderzijds hoop ik wel dat ik dan wat feedback kan krijgen van anderen.”

“Maar als anderen vragen om mijn werk uit te leggen, vind ik dat wel moeilijk. Ik vertrek meestal niet vanuit een bepaald verhaal of concept, maar probeer de beelden die in mij leven naar buiten te brengen. Achteraf is het dan moeilijk om daar nog woorden bij te plakken. Ik vind het wel interessant om, wanneer ik iets gemaakt heb, nadien te bedenken waarover het nu eigenlijk zou kunnen gaan (lacht).“

“Iedereen ziet ook iets anders in mijn werk. Voor de ene is het misschien grappig, terwijl de andere het misschien droevig vindt. Als je vooral beeldend werk maakt, is dat eigenlijk een heel geïsoleerd bestaan. Bij kostuumontwerp kom je tenminste nog met andere mensen in contact. Ook de kunstprojecten die ik begeleid bij De Veerman inspireren mij enorm. Zo heb ik de laatste tijd vaak met kinderen gewerkt rond oude diaprojectoren en nu ben ik daar thuis ook mee aan de slag gegaan. Ik vind het interessant om met kinderen te werken, omdat zij nog zo open zijn en veel beter kunnen experimenteren, spelen en improviseren, zonder al te veel rekening te houden met de regeltjes. Het liefst werk ik zelfs met kinderen die geen achtergrond hebben in dat kunstdomein. Bij kostuumontwerp zie ik dat de gasten die er helemaal niets van af weten, mooiere dingen maken – omdat ze aan het zoeken zijn – dan een meisje dat al naailes gevolgd heeft, en daardoor te veel ‘voorgeprogrammeerd’ is. Ik vind creativiteit veel belangrijker dan techniek.”

Filip Tielens