Cacao Bleu in drie dimensies

Als we vragen vanwaar de naam Cacao Bleu komt, blijkt Lenneke Rasschaert het antwoord met haar lichaamstaal al gegeven te hebben: ze draagt een blauw jurkje en smult terwijl van het chocolaatje bij haar koffie.

 

“Toen de vzw is ontstaan, woonden medestichtster Anne-Lore Baeckeland en ik in hetzelfde huis in Tilburg. Anne-Lore wilde een naam die luchtig klonk, in vele landen begrijpbaar zou zijn en niet meteen zou verklappen wat we met onze organisatie doen. Daarom zit er geen expliciete verwijzing naar ‘dans’ of ‘beweging’ in. Omdat we allebei nogal graag chocolade eten, kwamen we vrij snel bij ‘cacao’ uit. Het adjectief erbij mocht zeker niet ‘bruin’ zijn, omdat we een naam wilden die niet helemaal klopte, die niet voorspelbaar zou zijn. Onlangs hebben we voor onze website ook een logo laten ontwerpen waarin je de blauwe cacaoboon kan terugvinden. De rest van onze website werkt als een kladblok, met allerlei laagjes en inhouden over elkaar. We zijn er ons van bewust dat we heel eclectisch werken. Onze slagzin voor onze werking is dan ook ‘kruisbestuivingen met dans’.”

“Eigenlijk is Cacao Bleu ontstaan omdat Anne-Lore subsidies wilde aanvragen voor haar eindwerk, een dansfilm die ze in Cuba wilde draaien. De organisatie is daarna een tweetal jaar inactief geweest, tot Anne-Lore besloot om een dansvoorstelling met kinderen te maken. Dat werd Bril, toen samen gemaakt met Goele van Dijck, die daarna met Nat Gras haar eigen gezelschap startte. Ik danste ook in die voorstelling mee. Sindsdien proberen we met Cacao Bleu niet in de eerste plaats voorstellingen te maken, maar wel sterk educatief werk te ontwikkelen voor kinderen en jongeren. We vinden het hierbij steeds belangrijk om andere kunstvormen te betrekken en te zorgen dat onze activiteiten goed aansluiten bij de actuele hedendaagse dansscène. We hebben het gevoel dat er op het vlak van danseducatie nog wel een leemte is in Vlaanderen. Wanneer een kind naar een dansschool gaat, krijgt het daar meestal dansjes aangeleerd of kan het kiezen uit het hele gamma aan dansstijlen. Kinderen worden er echter niet getraind op creativiteit binnen dans. Terwijl dat veel meer het geval zou zijn indien ze een beeldende hobby gekozen hadden. Ik denk dat dat ook de reden is waarom veel jongens zo vroeg stoppen met dansen, omdat ze zich gewoon niet aangetrokken voelen tot wat ze in de les aangereikt krijgen, en omdat ze niet genoeg geprikkeld worden binnen hun leefwereld.”

Driedimensionale dans

“We werken met Cacao Bleu vaak in opdracht. Zo hebben we een reeks Dynamo 3-projecten uitgewerkt voor enkele basisscholen, geven we bijscholing aan leerkrachten via Canon Cultuurcel, of verzorgen we creastages voor andere kunsteducatieve organisaties. Bij onze eigen projecten vinden we het belangrijk dat ze echt ons ding zijn. Het zijn telkens projecten die lang rijpen, vaak gaan we pas een jaar na het aanvragen van de subsidie in première. Voor het denkproces van dergelijke projecten, hebben we ons al een paar keer teruggetrokken in Destelheide.”

“Het is fijn om je volledig te kunnen focussen en niet bezig te moeten zijn met eten, of Anne-Lore die haar kindjes nog moet afhalen van school, of ik die mijn lessen voor De Kunsthumaniora nog moet voorbereiden. In augustus komen we trouwens opnieuw werken aan een nieuwe D3D (Dans Drie Dimensies), die we Buiten de Lijnen genoemd hebben. We gaan echt de research ter plekke doen. Zo zouden we graag een installatie op het domein plaatsen, om te kijken of en hoe de jongeren er spontaan mee in interactie gaan. Ik denk dat we de jongeren op een avond ook eens zullen uitnodigen in zaal De Put om hen door de installaties te laten wandelen, terwijl wij hen observeren. De nieuwe D3D moet dus zowel voor voorbijgangers als voor echte bezoekers werken. Destelheide lijkt ons opnieuw de geschikte plek om dit experiment aan te gaan.”

“Bij de vorige D3D, die we trouwens ook in Destelheide tentoongesteld hebben tijdens het jaarthema “moving moves”, merkten we dat de installaties niet aantrekkelijk genoeg waren voor toevallige voorbijgangers. De visuele impact was niet groot genoeg. Alleen door er actief workshops in op te starten, kregen we de kinderen en de jongeren waar we ze hebben wilden. Nu zouden we graag iets maken dat kinderen meteen prikkelt. Als je met een kind naar bv. het SMAK gaat, zie je dat het overal wil onder kruipen en tussen lopen, maar dat dat niet mag. Met onze installatie willen we de kinderen nèt wel uitdagen om te experimenteren en de mogelijkheden te onderzoeken. Eén installatie van de nieuwe D3D hebben we al in ons hoofd. Het is een kortfilm, Loods 7 genoemd, waarbij een achttal jongens tussen zes en tien jaar in interactie gaan met twee professionele dansers. Ze bouwen er een hele wereld van karton, die ze op het einde kapot maken. We zouden dat filmpje graag willen laten zien in een kartonnen huisje dat er op geïnspireerd is.”

Crowdfunding

“Voor Loods 7 hadden we subsidies aangevraagd bij het Vlaams Audiovisueel Fonds, maar die hebben we niet gekregen. Het VAF had net de site Filmangel.tv opgericht, een crowdfunding-platform naar analogie met het bekende Sonicangel voor muziek. In eerste instantie hebben we aan vrienden en familie gevraagd om ons te sponsoren, en daarna vroegen we ook aan de verschillende kunsteducatieve organisaties waarvoor we al gewerkt hebben of zij ons konden ondersteunen, financieel of materieel. In totaal zouden we 12.000 euro willen ophalen via Filmangel. Vooral het huren van professioneel materiaal voor onze vijf opnamedagen kost ontzettend veel geld. Momenteel (half juni) zitten we net iets over de helft. De deadline ligt eind juli, dus de lezers van het DH-infoblad hebben nog even de tijd om ons te sponsoren (lacht).”

“We hebben al eerder enkele dansfilms gemaakt. Anne-Lore was erg gefascineerd door drie meisjes uit Eupen, die op een heel spontane manier konden improviseren. Eerst wilden we een voorstelling met hen maken, maar ze waren nog heel jong en we vreesden dat ze misschien hun lef om te bewegen zouden verliezen eens er een publiek zou toekijken. Uiteindelijk hebben we dan de kortfilm Zus Zonder Zus met hen gemaakt. Deze was ook te zien in de expo in Destelheide. Toen waren de meisjes zes jaar, en al vrij gauw wisten we dat we een trilogie met hen wilden maken. Het tweede deel, toen de meisjes twaalf waren, filmden we met veel professioneler materiaal. Blauwhuys, zo heet de film, werd getoond op het Filmfestival van Gent en raakt steeds meer gespreid binnen het festivalcircuit. Wanneer de meisjes achttien zijn, willen we het slotluik maken. Je kan dan de drie meisjes zien evolueren in al die jaren, maar ook de danseres – Kate Olsen – die in alle films hun tegenhanger speelt. Ik vind het trouwens prachtig om te zien hoe oudere dansers niet alleen spaarzamer, maar ook veel authentieker worden. De idee is ook om de ruimte waarin de dansfilms zich afspelen, telkens te vergroten. Zus Zonder Zus speelde zich af in een kubus van gras, terwijl Blauwhuys zich in een kasteel afspeelde waar al verschillende kamers zijn. Het derde deel zouden we graag in de grootstad filmen, waarbij het helemaal niet zeker is of de dansers elkaar nog zullen tegenkomen.”

Elk voordeel heeft z’n nadeel

“We hebben met Cacao Bleu heel fel de neiging om op het ene project een ander project te rijgen, of bijvoorbeeld een film in een van onze installaties in te bouwen. Dat maakt dat het voor de buitenwereld niet altijd even gemakkelijk is om op de hoogte te blijven van wat we precies doen. Zeker voor commissies is dat moeilijk, omdat we de ene keer een subsidiedossier indienen bij kunsteducatie, en de andere keer bijvoorbeeld bij film. Het feit dat we zo eclectisch werken is ons sterke punt, maar ook ons nadeel.”

“We werken ook nog eens in verschillende steden en gebieden. Cacao Bleu is zowel actief in Gent, Luik als Eupen. Zelf woon ik in Brussel, en Anne-Lore woont in Luik. We zijn dus een echte Belgische organisatie (lacht). Vlaanderen is onze bakermat en we hebben er nog steeds het grootste afzetgebied. Maar vaak, zeker wanneer we in Brussel aan de slag zijn, werken we ook met anderstalige jongeren. We zijn voornamelijk met dans en film bezig, en daar speelt taal niet zo’n grote rol in. Het zou trouwens ook niet echt kloppen met de missie van de organisatie indien we enkel met blanke, Gentse jongeren zouden werken.”

Kopje troost

“We zijn eigenlijk al enkele jaren artiest in huis in Destelheide. Zowel Anne-Lore als ik hebben een achtergrond in het jeugdwerk en we hebben ooit nog animatorcursus gevolgd in Destelheide. We komen er ook geregeld voor de creastages. Lies Jacob, de coördinator van Dharts, kent ons dus in de breedste zin van het woord en in al onze rollen die we in Destelheide vervullen.”

“We hebben de samenwerking met Destelheide in al die jaren zeker zien vooruitgaan. Toen we er de eerste keer met Cacao Bleu kwamen om een voorstelling die we al gemaakt hadden opnieuw in te studeren, vroegen we aan de technici om wat spotjes van ons lichtplan te hangen. Zoveel jaren terug was dat allemaal nog niet zo evident en heeft Lies vaak de brug geslagen tussen ons als artiesten en de andere medewerkers. Ik herinner me ook nog dat we een andere keer bij een nieuwe voorstelling helemaal vastzaten in ons maakproces. We waren op drie weken van de première, het was al een moeilijk proces geweest en op de koop toe had een danser zijn meniscus gescheurd. We hebben onze première toen moeten annuleren en zaten met een theetje droef te wezen op het kantoor van Lies. Zij heeft ons toen aangespoord om toch door te zetten met het project en na de nodige peptalk en bijbehorende chocolaatjes zijn we weer aan de slag gegaan.”

“Het is steeds fijn om te zien dat de jongeren in Destelheide, hoewel ze misschien zelf niet altijd met kunst bezig zijn, toch zeer geëngageerd zijn om naar ons te komen kijken. Jongeren die een animatorcursus of een creastage volgen, hebben een heel groot hart voor kinderen en jongeren en daardoor ook voor verbeelding. In Destelheide vind je altijd wel een klankbord bij hen, terwijl op andere plekken jongeren soms warm noch koud worden van onze projecten. Anne-Lore en ik hebben trouwens de afspraak dat we iedere keer in Destelheide toch minstens één avond uit ons dak gaan op de dansvloer van de bar. Dat bevordert de interactie met de verblijvers en brengt ons terug naar ‘good old memories” (lacht).”

Filip Tielens