Destelheide en de Hoge Rielen, samen op weg

Een gesprek onder directeurs, met de eindbestemming voor ogen

Voor DH-magazine sprak directeur Guy Uyttebroeck deze keer met collega Bert Mellebeek, sinds 2011 directeur van zusterdomein De Hoge Rielen. Met 230 hectare natuur en 70 gebouwen is het domein in Kasterlee een heerlijke bestemming voor iedereen met een jeugdige geest. Ooit een militair domein, is het vandaag een oase van rust en vrijheid. Met De Hoge Rielen als groene draad struinen we gemoedelijk doorheen het gesprek. Enkele welgemikte vragen resulteren in een enthousiaste stroom van antwoorden. Hier zitten duidelijk mannen met plannen!

 

Guy: Hoe ben je in De Hoge Rielen terechtgekomen?

Bert: Sinds ik ben beginnen werken is jeugd altijd een leidmotief geweest. Ik ben in 1995 gestart als leraar PAV, Project Algemene Vakken, om jeugdinformatie te bieden aan jongeren van 17 en 18 jaar. Datzelfde jaar nog ben ik dan begonnen als consulent op de jeugddienst van Schilde. Dat was een fantastische periode, omdat we toen aan de wieg stonden van de lokale beleidsplanning. Daar ontstond een werkmethode van zaken vaststellen, analyseren, omzetten in beleidsdoelstellingen en concretiseren in acties. En dat alles in permanent overleg met beleidsverantwoordelijken en de doelgroep. Later zijn er dan ook de lokale cultuurbeleidsplannen, sociale beleidsplannen en sportbeleidsplannen gekomen. Maar de jeugddiensten liepen toen in Vlaanderen echt in de spits op dat vlak. Heel veel mensen uit die periode zijn op strategische plaatsen beland als cultuurbeleidscoördinator, beleidsmedewerker, gemeentesecretaris of op een kabinet. En dat heeft ook op de rest van mijn eigen loopbaan een belangrijke impact gehad.

Er op terugkijkend, zie ik wel dat de wet van de remmende voorsprong hier heeft gespeeld. Waar de jeugddiensten aanvankelijk heel sterk voorop liepen in de beleidsplanning, werden ze nadien voorbijgestoken door bijvoorbeeld de komst van de lokale cultuurbeleidsplannen. De serieux die gehecht wordt aan cultuur en sport is blijkbaar toch groter dan jeugd dat vooral als ‘leuk’ en ‘lollig’ gezien wordt. Het lijkt wel alsof het ontwikkelen van een visie over jeugd minder belangrijk wordt geacht.

Na 10 jaar op de jeugddienst ben ik jeugdbeleidscoördinator geworden. Voor een gemeente met 20.000 inwoners had Schilde een grote jeugddienst met 4,5 voltijds equivalenten. Naast jeugdwerk hadden we ook aandacht voor sociaal beleid en zelfs voor lokale kinderopvang. In 2007 kwam er dan de opportuniteit om coördinator te worden van het Vlaams Informatie Punt Jeugd (VIP), een organisatie die een plaats had tussen de sector en de overheid. Als go between hadden we de opdracht om een coördinerende rol te spelen op vlak van jeugdinformatie in Vlaanderen. In 2011 heeft men toen beslist om Steunpunt Jeugd, de Vlaamse Jeugdraad samen te voegen tot de Ambrassade en daar is te elfder ure het VIP in meegenomen.

 

Guy: En toen heb je gesolliciteerd bij ADJ?

Bert: Klopt en dat is ook weer een dubbel verhaal. Ik was toen immers al een hele tijd weekendvrijwilliger op De Hoge Rielen. Ik woon in de stad, heb 3 opgroeiende kinderen en heb zelf maar een klein stadstuintje. Terwijl je als vrijwilliger aan de slag bent in het weekend, lopen je kinderen daar vrij rond. Op een onbezorgde manier, een beetje zoals opgroeien in de jaren 50. Voor mij was dat dus een zeer positieve ervaring en toen de toenmalige directeur op pensioen ging, heb ik me kandidaat gesteld.

 

Guy: Is het anders werken op De Hoge Rielen dan op de jeugddienst?

Bert: Er zijn wel wat overeenkomsten. Beiden hebben een beleidsmatige, strategische benadering, maar zijn tegelijkertijd ook heel operationeel. Je staat met de voeten, soms letterlijk, in het slijk. Dat houdt je fris en zo blijf je dicht bij de doelgroep.

 

Guy: Als directeur sta je wel op een andere positie. Beantwoordde dat aan het beeld van de organisatie dat je had als vrijwilliger?

Bert: In de cockpit heb je natuurlijk een ander beeld dan achteraan in het vliegtuig. Maar door voorheen in Brussel te werken was ik goed op de hoogte van het reilen en zeilen in ADJ. En door mee te draaien als vrijwilliger kende ik ook het dagelijkse reilen en zeilen. Er was wel een zekere scepsis bij de personeelsploeg: “Oei, een vrijwilliger die directeur wordt.” En langs de andere kant leefde er bij de vrijwilligers het idee van “het is er ene van ons”. Je hebt dus wel een stempel, maar dat heb ik van in het begin proberen counteren. Mijn persoonlijke missie was om in De Hoge Rielen een beleid neer te zetten, en coherentie en consistentie in het geheel te brengen. De groei van het domein was sinds eind jaren 80, begin jaren 90 gestagneerd en het masterplan moest opnieuw een uitvoeringshandleiding worden om te werken aan een langetermijnperspectief. Mijn doel daarbij was om te zorgen dat de verschillende diensten niet als eilandjes fungeren, maar dat ze optimaal samenwerken. En dat ook personeel én vrijwilligers als eenheid werken. Op een domein als het onze is dat geen sinecure, maar wel een must.

 

Guy: Wat is er sindsdien concreet veranderd?

Bert: Als eerste heb ik de vele procedures en leefregels aangepakt, andermaal om eenheid en consistentie te brengen. De leefregels mogen geen last voor de klant zijn, maar moeten een hulpmiddel zijn. De bewegwijzering is een mooi voorbeeld van de wirwar aan praktijken. Sinds 1977 werden zeker 500 bordjes op het domein opgehangen, in allerlei kleuren, soorten en formaten. En op de bakfietsen hing een bordje “Fout gebruik van de bakfiets wordt bestraft met 500 frank boete”. Die bordjes heb ik direct laten weghalen. Het resultaat was dat er na verloop van tijd minder schade was dan voordien. Mijn standpunt daarbij was dat we enerzijds de klant moesten responsabiliseren en dat anderzijds vrijwilligers en beroepskrachten best zelf kunnen inschatten wat er kan en wat niet. We moesten dus af van de regulitis. Uit klantenonderzoek wisten we dat ook bij de gebruikers de perceptie leefde dat je in De Hoge Rielen honderdeneen regeltjes moest volgen. Maar … een cultuur binnen een organisatie duurzaam veranderen duurt lang. Het gaat immers om de manier waarop mensen met elkaar afspreken, over de onderliggende processen.

 

Guy: Hoe heb je aangepakt om personeel en vrijwilligers hierin mee te krijgen?

Bert: Ik heb zeker geen extra wetten en regels uitgevaardigd, maar ben eerst met de mensen gaan praten. Duidelijke communicatie is daarin heel belangrijk. Een afspraak maak je tussen 2 mensen, een regel vaardig je uit. En wat een regel is, moet je ook zo benoemen. Als je regels afschaft, moet je ook zorg dragen voor de mensen die die regels tot dan moesten toepassen. Je neemt immers een deel van hun takenpakket en kennis weg.

 

Guy: Je hebt met De Hoge Rielen een mooi domein ‘geërfd’ waar je duidelijk een stempel op hebt gedrukt. Je hebt er niet alleen veel knowhow binnengebracht, maar ook veel warmte. Hoe heb je dat meegenomen binnen ADJ?

Bert: Het is cruciaal dat de twee domeinen goed met elkaar kunnen opschieten. En dat vergt inspanningen. Ik heb zelf veel gehad aan Destelheide als voorbeeld en jou als collega. Er was snel een onderling vertrouwen. Als ik terugblik op mijn tijd in het jeugdwerk, dan waren de andere organisaties meer concurrenten. Binnen ADJ bekeek ik Destelheide eerder als een ‘peer’, een organisatie die met net dezelfde dingen bezig was. Als directeurs moeten we praten met elkaar, al hoeven we het niet altijd met elkaar eens te zijn. Ook op coördinatorenniveau is er overleg: er wordt wederzijds geïnspireerd, er wordt uitgewisseld. Iedereen gunt elkaar het licht in de ogen en het moment op het podium. Zo werk je aan de verandering van de bedrijfscultuur. Er start op De Hoge Rielen nu een tijdelijke coördinator voor de Catering. Tijdens de inloopperiode gaat die ook kijken in Destelheide hoe ze het daar doen. De coördinator Catering daar doet immers quasi hetzelfde.

 

Guy: Hoe kunnen we blijven groeien in die samenwerking?

Bert: Met de overname van het provinciaal domein Hanenbos door ADJ, willen we ook daar onze ervaring delen. De inkanteling ervan binnen ADJ moet met veel zorg gebeuren. Hanenbos is veel kleiner, dus het mag geen opslorpen zijn van het kleine broertje. Het domein moet mee geïntegreerd worden binnen dezelfde cultuur van samenwerking.

 

Guy: Waar ben je fier op, wat is jouw grootste realisatie?

Bert: Het feit dat we een samenhangend en een radicaal nieuw mobiliteitsbeleid op De Hoge Rielen hebben uitgetekend en gaan uitrollen. De overheid heeft niet alleen geïnvesteerd in nieuwe gebouwen zoals het Hostel Wadi, maar ook in de groene ruimte en in nieuwe wegen. Daaraan gekoppeld is er ook een nieuwe naamgeving voor alle gebouwen en een nieuwe bewegwijzering. De essentie daarbij is dat we de dingen op elkaar hebben afgestemd: de regels, de infrastructuur en de faciliterende zaken. In ons reglement staat dat het domein autovrij is, maar in de praktijk is alles afgestemd op diezelfde auto. Dus hebben we op vlak van infrastructuur heel wat radicale maatregelen genomen: alle slagbomen bijvoorbeeld worden op termijn vervangen door verdwijnpalen die veel ‘vriendelijker’ zijn voor fietsers en voetgangers. En we faciliteren ook: zo zorgen we dat er meer en betere fietsen zijn en dat ze staan waar ze moeten staan. Zorgen dat al die dingen die je doet binnen die drie lijnen op elkaar zijn afgestemd vergt tijd, maar dat is beleid voeren.

 

Guy: En zijn er ook teleurstellingen of tegenvallers geweest?

Bert: Een moeilijk moment is geweest dat van mij verwacht werd dat ik persoonlijk de coaching en begeleiding van alle vrijwilligers op mij zou nemen. Dat kon en wilde ik niet doen. Nu is er gelukkig een vrijwilligerscoach binnen het team van educatieve medewerkers. De weg naar de samenhang tussen vrijwilligers en personeel is een hele tijd turbulent geweest. Door het wegvallen van een aantal regels zijn de vrijwilligers gedesoriënteerd geraakt in de weekends. Die regels waren voor hen een deel van het houvast en dat heb ik niet voldoende ingeschat. Dat is wel een periode geweest van frictie tussen het leidinggevend kader en de vrijwilligersploeg. Iets anders is de verhouding van onze domeinen met de overheid. We hebben een verhouding met de overheid als huurder/verhuurder, met dat verschil dat wij wél moeten onderverhuren. We moeten bepaalde targets halen: bijvoorbeeld 130.000 overnachtingen en 75.000 maaltijden per jaar. Maar bepaalde zaken die de verhuurder dan moet doen, gaan soms niet snel genoeg. De verleiding is dan om het zelf te doen, maar dat is niet altijd de beste optie. Daar een evenwicht in vinden is niet makkelijk.

 

Guy: Het inhoudelijke luik van beide domeinen is verschillend. Jullie focussen op milieueducatie, hier is het kunst- en cultuureducatie. Welke affiniteit had jij zelf met natuur en milieu?

Bert: Géén! (lacht) Ik heb dat trouwens altijd een wat arbitraire indeling gevonden. Het domein als educatief centrum primeert voor mij op de inhoud. Ik vind niet dat De Hoge Rielen zich moet beperken tot natuur- en milieueducatie. In Destelheide is heel wat expertise rond cultuureducatie, die we ook in De Hoge Rielen zouden kunnen ontwikkelen. Op het domein moeten een aantal landmarks komen en daar zijn kunstwerken een mooie mogelijkheid.

Ook het nieuwe touwenparcours is een mooie initiatief. Het klimbos is qua concept vernieuwend en een bijkomende sterke troef voor het domein. Het zet ons opnieuw op de kaart en zorgt voor een sterke omzetstijging.

 

Guy: Hoe zie je de toekomst voor De Hoge Rielen?

Bert: Er liggen nog wel wat uitdagingen. Het eindpunt van ons mobiliteitsbeleid kennen we, maar het zal nog twee jaar duren vooraleer we dat allemaal gerealiseerd hebben. Ook de hele inkanteling van Hanenbos heeft heel wat implicaties. Een groot stuk van de beleidsvoorbereiding zit op niveau van de directie en dat brengt veel werk met zich mee. Er is bijvoorbeeld een duidelijke vraag van het jeugdwerk dat Hanenbos een duidelijk profiel moet krijgen binnen de werking van ADJ. De ligging vlakbij Destelheide zorgt voor een doorgedreven integratie en complementariteit. Samenwerking is daarbij het sleutelwoord. Ten slotte moeten we ook de bal aan het rollen houden op het vlak van de uitvoering van het Masterplan. Alles wat je doet moet telkens in dezelfde lijn liggen.

 

Guy: Ben jij zelf eerder een stadsmens of eerder een natuurmens?

Bert: Soms vragen mensen me wel eens of het niet vreemd is om op De Hoge Rielen te werken en in Borgerhout te wonen. Zelf zie ik dat niet zo: ik heb zowel de geneugten van de natuur als van de stad in een fantastische combinatie.

Inspiratiedag Bewegingsvrijheid - Het nieuwe mobiliteitsbeleid van De Hoge Rielen werd voorgesteld op een inspiratiedag op 20 juni. Meer info op www.dehogerielen.be/inspiratiedag

 

Peter D’Herde

 

Wie is Bert Mellebeek

Bert (°1970, Geel) heeft zijn roots in de Kempen, maar woont in Borgerhout. Hij startte zijn carrière als leraar Project Algemene Vakken en maakte vervolgens als jeugdconsulent op de jeugddienst van Schilde de start van de lokale jeugd(werk)beleidsplannen mee. Hij werd vervolgens in 2007 coördinator van het Vlaams Informatie Punt Jeugd (VIP). Na de fusie van Steunpunt Jeugd, de Vlaamse Jeugdraad en VIP tot de Ambrassade, sloeg hij een andere weg in. Dat pad leidde hem terug naar de Kempen waar hij sinds 2011 directeur is van De Hoge Rielen, een domein dat hij voorheen al goed kende als vrijwilliger.